|
Insulineresistentie bij verschillende bevolkingsgroepen |
|
|
|
|
© Bohn Stafleu van Loghum, Marjolein
|
|
dinsdag 07 januari 2003 |
|
Het lijkt erop dat etniciteit een meewerkende factor is voor het ontwikkelen van diabetes type 2 bij zwarte en Spaanse kinderen. Dat zegen onderzoekers van de universiteit van Zuid Californi. Uit een studie gehouden onder 57 gezonde kinderen in Los Angeles, bleken zwarte en Spaanse kinderen een grotere kans te hebben om een insulineresistentie te ontwikkelen. Maar de manier waarop het lichaam van deze bevolkingsgroepen omgaat met deze resistentie, blijkt wel te verschillen.
Onderzoekers aan de 'Keck School of Medicine' testten 14 blanke, 15 Afro-Amerikaanse en 28 kinderen afkomstig uit Spanje; allen tussen de 8 en 12 jaar. De onderzoekers keken onder andere naar de hoeveelheid lichaamsvet omdat dit de belangrijkste factor is met betrekking tot insuline(on)gevoeligheid. Wat lichaamsvet betreft, bestonden geen belangrijke verschillen tussen de drie groepen hoewel de Spaanse kinderen iets zwaarder waren.
Van elk kind werd de nuchtere bloedglucose en insulinewaarde bepaald. Ook hierin bleken geen belangrijke verschillen voor te komen. Vervolgens kregen de kinderen een glucoseoplossing intraveneus toegediend om te bekijken wat de insulinerespons was.
Uit de testen bleek dat Spaanse en zwarte kinderen meer insulineresistentie vertoonden dan blanke kinderen. Maar toch reageerde de eerste twee groepen verschillend. De Spaanse kinderen leken meer insuline in hun bloedsomloop te hebben omdat hun lichamen op de resistentie reageerden door grote hoeveelheden insuline te produceren. Bij de zwarte kinderen was ook een verhoogde concentratie insuline te vinden maar dit keer omdat de lever van deze kinderen minder insuline uit het lichaam verwijderde.
"Dit impliceert een mogelijk verschil in het ziektemechanisme" zegt Dr. Michael I. Goran, mededirecteur van het USC Institute voor Prevention Research. De studie benadrukt de rol die genen spelen bij het ontwikken van diabetes en de consequenties die dit heeft wanneer therapien worden toegepast bij het behandelen van de ziekte.
Volgens Goran kunnen Spaanse mensen diabetes ontwikkelen doordat hun alvleesklier op een gegeven moment niet voldoende insuline meer kan produceren om de hoge bloedsuikers te compenseren. Bij zwarte mensen hoeft de alvleesklier niet meer insuline aan te maken aangezien hun lever het insulineniveau hoog houdt door minder af te voeren. |